Boek der Doden – Bezwering 172
19066
page-template,page-template-full_width,page-template-full_width-php,page,page-id-19066,bridge-core-2.6.1,qode-page-transition-enabled,ajax_fade,page_not_loaded,,qode-content-sidebar-responsive,qode-theme-ver-24.6,qode-theme-bridge,transparent_content,disabled_footer_top,qode_header_in_grid,wpb-js-composer js-comp-ver-6.5.0,vc_responsive
 

Boek der Doden

 

Bezwering 1721

PHier beginnen de bezweringen van verering die zijn gemaakt in het rijk der doden.
S1Ik ben gelouterd met natron, ik kauw natron, bewierook ... ik ben puur en puur zijn de voordrachten die voortkomen uit mijn mond.
Zij zijn meer puur dan de vinnen en schubben van de vissen in de rivier, meer dan het beeld behorend tot het Verblijf van Natron; mijn voordrachten zijn puur.
Hoe blij ben ik! Ptah looft mij, Hij die Zuidelijk-van-zijn-Muur is looft mij, elke god looft mij en elke godin looft mij (en zij zeggen): 'Jouw schoonheid is die van een kalme poel, zoals een stil water; jouw schoonheid is die van een festivalhal waarin elke god wordt verheerlijkt; jouw schoonheid is als de kolom van Ptah, inderdaad zoals de schacht van Re.'
Moge er voor mij een kolom voor Ptah worden gemaakt en een metalen kruik voor Hem die Zuidelijk-van-zijn-Muur is.
Ziet, er wordt dubbel gerouwd om jou. Eerste stanza.
Ziet, gij wordt beweend, gij wordt verheerlijkt, gij wordt geprijsd, gij bent een ziel, gij bent machtig. Verrijs, want gij bent inderdaad opgestegen! Sta op tegen hen die jou kwaad willen doen, man of vrouw, want jouw vijanden zijn gevallen; Ptah heeft jouw vijanden verslagen en gij hebt over hen gezegevierd, gij hebt macht over hen.
Jouw woorden zijn gehoord, bevelen worden voor jou uitgevoerd, want gij bent opgestegen en gerechtvaardigd in de tribunalen van elke god of godin.
2Ziet, er wordt dubbel gerouwd om jou. Tweede stanza.²
Jouw hoofd, O mijn heer, is versierd met de vlecht van een vrouw uit Azië; jouw gezicht is stralender dan het Verblijf van de Maan; jouw boven deel is lapis-lazuli; jouw haar is zwarter dan alle deuren van de Andere Wereld op de dag van de duisternis, jouw haar is bestrooid met lapis-lazuli; het bovenste deel van jouw gezicht is als het stralen van Re; jouw gelaat is bedekt met goud en Horus heeft het ingelegd met lapis-lazuli; jouw wenkbrauwen zijn de twee zusterlijke slangen en Horus heeft ze ingelegd met lapis-lazuli; jouw neus is in de geur van de balsemplaats, jouw neusgaten zijn als de winden in de hemel; jouw ogen aanschouwen Bakhu; jouw wimpers zijn sterk elke dag, gekleurd zijnde met echte lapis-lazuli; jouw oogleden zijn de brengers van vrede en hun hoeken zijn vol met zwarte oogschaduw; jouw lippen uiten de waarheid, zij herhalen de waarheid voor Re en maken de goden tevreden; jouw tanden zijn die van de Gekronkelde Slang, met wie de Twee Horussen spelen; jouw tong is wijs en scherp als je spreekt tegen de vliegers van het veld; jouw kaak is de met sterren bezaaide hemel; jouw borst is stevig op zijn plek als die de westelijke woestijn doorkruist.
3Ziet, er wordt dubbel gerouwd om jou. Derde stanza.
Jouw nek is versierd met goud en tevens met fijngoud; jouw keel is groot, jouw luchtpijp is Anubis; jouw ruggengraat zijn de Twee Cobra's; jouw rug is bedekt met goud en tevens met fijngoud; jouw longen zijn Nephthys; jouw gezicht is Hapi en zijn vloed; jouw billen zijn eieren van kornalijn; jouw benen zijn sterk in het lopen; gij bent gezeten op jouw troon en de goden hebben jou je ogen gegeven.
4Ziet, er wordt dubbel gerouwd om jou. Vierde stanza.
Jouw slokdarm is Anubis; jouw lichaam is vergroot met goud; jouw boezems zijn eieren van kornalijn die Horus heeft ingelegd met lapis-lazuli; jouw armen glinsteren met faience; jouw schouders zitten stevig op hun plek; jouw hart is elke dag gelukkig; jouw hart is het werk van de Machtigen; jouw dijen aanbidden de lagere sterren, jouw buik is de vredige hemel; jouw navel is de Morgen Ster die oordeelt en licht beloofd in de duisternis en wiens offergaven de "leven-zit-er-in" plant zijn; het aanbidt de Grootsheid van Thoth. Ik hou van zijn schoonheid in mijn tombe, die mijn god voor mij heeft verordonneerd in de pure plaats waar ik wens te zijn.
5Ziet, er wordt dubbel gerouwd om jou. Vijfde stanza.
Jouw armen zijn een waterweg tijdens een goed seizoen van inundatie, een waterweg die de Kinderen van het Water hebben bedekt; jouw knieën zijn omvat met goud; jouw borst is een bosje van het moeras; de zolen van jouw voeten zijn elke dag stevig; jouw tenen leiden jou over eerlijke paden, O N.; jouw handen zijn het riet in de waterbekkens; jouw vingers zijn stukjes van goud en hun nagels zijn messen van vuursteen in de gezichten van hen die jou kwaad willen doen.
6Ziet, er wordt dubbel gerouwd om jou. Zesde stanza.
Gij trekt het pure kledingstuk aan, gij ontdoet je van het dikke kleed, gij staat op van de lijkbaar, het voorbeen is voor jouw ka afgehakt, O N., het hart is voor jouw mummie, gij ontvangt het leeuwen-doek van fijn linnen uit de handen van de boodschapper van Re; gij eet brood op een kleed geweven door Tayt zelf; gij eet het voorbeen, gij verslindt de bout.
Re verheerlijkt jou in zijn pure verblijf; gij wast jouw voeten in de zilveren schalen gevormd door het handwerk van Sokar, terwijl gij eet van het shens-brood dat is geleverd door het altaar; de twee Gods-Vaders presenteren zich en gij eet persen-brood vervaardigd in de kookpot van het voorraadschuur; bezorgd om jouw hart kauwt gij uien van jouw offersteen; de verzorgende bavianen bereiden voor jou de rantsoenen en het voedsel van de Zielen van Heliopolis, die zelf voedsel naar jou brengen; gevogelte en vis zijn aan jou beloofd dat het aanwezig is voor jouw voeten in de portalen van het Grote Verblijf.
Gij verheft Orion, jouw achterdelen reiken naar de hemel; en haar handen zijn op jou. Dat is wat Orion zegt, zelfs hij de zoon van Noet die de goden droeg.
De twee Grote Goden van de hemel zei de één tegen de ander: 'Neem hem op jouw schouder die ik heb gebracht op mijn schouder en laat ons N. helpen op deze gelukkige dag. Moge hij worden verheerlijkt, moge hij worden herinnerd, zelfs hij die in de monden van alle kinderen zal zijn.'
Verrijs je zelf en luister naar de lofzang uit de monden van al jouw huisgenoten.
7Ziet, er wordt dubbel gerouwd om jou. Zevende stanza.
Moge Anubis jou balsemen, want hij heeft opgetreden namens iemand die hij genegen is. Moge de Grootste van de Zieners zijn kleding aanbieden wanneer gij gaat baden in het Meer van de Perfectie, want hij is de butler van de Grote God. Moge jouw offers op het altaar worden gelegd; moge jouw voeten worden gewassen op een steen van .... plaat van de God van het Meer; moge gij opstijgen en Re zien op de ondersteunende palen van de hemel, op het hoofd van Pilaar-van-zijn-Moeder (Pillar-of-his-Mother) en op de schouders van Wepwawet; moge hij een pad voor jou openen zodat gij de horizon kunt zien, de pure plaats waar gij wenst te zijn.
8Ziet, er wordt dubbel gerouwd om jou. Achtste stanza.
Offers zijn opgedeeld voor jou in het bijzijn van Re. Gij hebt jouw voorkant, gij hebt jouw achterkant, zijnde wat Horus en Thoth voor jou hebben verordonneerd.
Zij hebben jou geroepen en gij ziet waardoor gij een geest wordt. Er is voor gezorgd dat de god komt bij jou in de nabijheid van de Zielen van Heliopolis; moge gij voortgaan op de paden, groots in jouw waardigheid van iemand die offers ontvangt van jouw vader die jou voor is gegaan, elke dag gekleed zijnde in fijn linnen en gegidst door de god naar de portalen van het Grote Verblijf.
9Ziet, er wordt dubbel gerouwd om jou. Negende stanza.
Wat betreft N., er is lucht voor hem, lucht is voor zijn neus, lucht is voor zijn neusgaten; duizend ganzen en vijftig manden van al het goede en pure. Jouw vijanden zijn verslagen en zullen niet langer bestaan, O N.

Onder afbeelding van BM 9900-32, met bezwering 172.

 

Uit het Boek der Doden van Nebseny, deze scene toont Nebseny en zijn vrouw Senseneb in een traditionele offerscene.
Het koppel is gezeten op een brede stoel met een hoge rugleuning en met leeuwenpoten.
Het voedsel en de bloemen opgehoopt op de tafel voor hen zijn aan hun geofferd door hun zoon Ptahmose omdat hij fungeert als een begrafenispriester.

Voetnoten.

1

Alleen gevonden in Aa1 (18de dynastie), zonder vignet.

2

Voor deze stanza vergelijke men het opschrift met Jan Zandee,
De hymnen aan Amon van Papyrus Leiden I 850 (Leiden, 1948).

Oude Egyptische aangehaalde documenten.

SymboolDatum en beschrijving:Zie:
1Aa18de dynastie hiërogliefen papyrus van Nb.sny uit Memphis, BM 9900 (Pap. Burton)Bv. BM, foto's van het papyrus van Nebseny (1876), Edouard Naville.

Gebruikte afkortingen.

  • BM – British Museum
  • CT – Coffintexts, sarcofaagteksten
  • Ptol. – Ptolemaeïsche periode
  • Pers. – Perzische periode
  • OIP LXXXII – The Egyptian Book of the Dead documents in the Oriental Institute Museum at the University of Chicago, edited by Thomas George Allen. 1960.